BrokerWereld
BrokerWereld / Gidsen / Box 3 / 2027 en 2028

Box 3 in 2027 en 2028: wat is zeker en wat nog niet?

Stand van zaken op

Over de toekomst van box 3 verschijnt veel nieuws, maar niet alles is al besloten. Op deze pagina zetten we bij elk punt wat de status is: een geldende wet, een wetsvoorstel dat het parlement nog moet aannemen, of een plan of optie van het kabinet. Alles is gebaseerd op stukken van de Eerste en Tweede Kamer, de Rijksoverheid en de Belastingdienst.

In het kort

Box 3 in 2027Geldende wet Het huidige stelsel met fictief rendement en de tegenbewijsregeling blijft gelden tot er nieuwe wetgeving is. bron
Heffingsvrij vermogen 2027Plan of optie kabinet Kabinet stelt voor: € 30.846 per persoon (niveau 2020). In het Belastingplan 2027 staat nog 60.098 euro. bron
Rendementspercentages 2027Nog niet bekend Nog niet gepubliceerd. bron
Wet werkelijk rendement box 3 (2028)Wetsvoorstel Kabinet dient een novelle in: per 2028 een vermogenswinstbelasting voor financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties. De novelle moet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen. bron
VermogenswinstbelastingPlan of optie kabinet Volledige overstap voor het overige vermogen in 2030, volgens de kabinetsbrief van 29 september 2026. bron

Box 3 in 2027

Geldende wet Er is geen nieuwe box 3-wet voor 2027. Volgens de Belastingdienst rekent hij met het fictieve rendement tot er nieuwe wetgeving is, tenzij je werkelijke rendement lager is en je dat doorgeeft. Het tarief blijft volgens de Fiscale sleuteltabel 2027 36%. Hoe tegenbewijs werkt, lees je in onze gids over het werkelijk rendement.

Wetsvoorstel Het Belastingplan 2027 bevat geen box 3-maatregel, schrijft de minister in de aanbiedingsbrief. Wel stelt het kabinet voor om de wettelijke inflatiecorrectie per 1 januari 2027 maar voor 48% toe te passen, onder meer voor het heffingsvrije vermogen. Het heffingsvrije vermogen wordt dan 60.098 euro per persoon, het niveau in de Fiscale sleuteltabel 2027. Zonder deze maatregel zou de inflatiecorrectie 2,6% zijn. De Tweede en Eerste Kamer stemmen in november en december over het Belastingplan 2027.

Plan of optie kabinet In de brief van 29-09-2026 stelt het kabinet voor het heffingsvrije vermogen per 2027 terug te brengen naar het niveau van 2020: € 30.846 per persoon. In hetzelfde voorstel gaat het forfait voor overige bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt omhoog. Het is een voorstel van het kabinet; het parlement moet er nog over stemmen. bron

Nog niet bekend De rendementspercentages voor banktegoeden, beleggingen en schulden in 2027 waren op 24-09-2026 nog niet gepubliceerd. Zodra de Belastingdienst ze bekendmaakt, nemen we ze op in onze tabel met box 3-tarieven.

Box 3 in 2028: vermogenswinstbelasting en Wet werkelijk rendement

Plan of optie kabinet Het kabinet wil dit wetsvoorstel aanpassen met een novelle. Volgens de brief van 29-09-2026 geldt dan per 2028 een vermogenswinstbelasting voor alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties: de waardestijging wordt pas belast bij verkoop. Dat betreft volgens het kabinet circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3. In 2030 volgt de overstap voor het overige vermogen. Per 2028 geldt een heffingsvrij resultaat van € 1.000. bron

Wetsvoorstel Dit is een wetsvoorstel, geen wet. Het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, gaat nog uit van het volgende. Volgens de samenvatting van de Eerste Kamer wordt in het nieuwe stelsel als hoofdregel belasting geheven over het werkelijke rendement op basis van vermogensaanwas: de werkelijke inkomsten uit vermogen en de positieve of negatieve waardeontwikkeling worden belast, en kosten zijn aftrekbaar. Voor onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting: de waardestijging wordt pas belast bij realisatie, zoals bij verkoop. Huur en dividend zijn belast in het jaar waarin je ze ontvangt.

Volgens de wettekst treedt de wet in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip; het kabinet gaat in zijn brief van 14-09-2026 uit van 1 januari 2028 als vertrekpunt. Of en wanneer de wet ingaat, hangt af van de Eerste Kamer.

Waar staat het wetsvoorstel nu?

DatumWat gebeurde er?
16-05-2025Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36.748) ingediend bij de Tweede Kamer. bron
10-02-2026Tweede Kamer neemt de motie-Vermeer aan: uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een box 3-stelsel op basis van een vermogenswinstbelasting presenteren. bron
12-02-2026Tweede Kamer neemt het wetsvoorstel aan. Voor: SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, PvdD, CDA en VVD. bron
19-06-2026Kabinet kondigt voor Prinsjesdag een aanpassing van het wetsvoorstel aan (novelle) en vraagt de Eerste Kamer pas daarna te stemmen. bron
30-06-2026Plenaire behandeling in de Eerste Kamer. De stemming wordt uitgesteld tot de behandeling van de aangekondigde novelle(s). bron
07-07-2026Eerste Kamer verwerpt de motie-Schalk over "geen bezwaar tegen het intrekken" van het wetsvoorstel. bron
14-09-2026Kabinet schrijft dat er nog geen voorstel is met breed draagvlak en vraagt de Eerste Kamer de behandeling aan te houden. Het schetst 4 scenario’s. bron
15-09-2026Belastingplan 2027 gepresenteerd, zonder maatregel in box 3. bron
22-09-2026Eerste Kamercommissie voor Financiën bespreekt de brief en nodigt de bewindspersonen uit voor een mondeling overleg op maandag 5 oktober 2026. bron
29-09-2026Kabinet kiest voor een novelle op de Wet werkelijk rendement box 3: per 2028 een vermogenswinstbelasting voor alle financiële instrumenten (onder andere aandelen, obligaties en opties), in 2030 ook voor het overige vermogen. bron
29-09-2026Kabinet stelt voor het heffingsvrij vermogen per 2027 terug te brengen naar het niveau van 2020 (€ 30.846) en per 2028 een heffingsvrij resultaat van € 1.000 in te voeren. Het forfait voor overige bezittingen gaat in dit voorstel in 2027 met 1,5 procentpunt omhoog. bron
02-10-2026Kabinet vraagt de Raad van State om spoedadvies over de novelle. bron
03-10-2026De novelle is voor advies aanhangig bij de Raad van State ("Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3", kenmerk W06.26.00330/III). Het advies is nog niet vastgesteld. bron
05-10-2026Eerste Kamercommissie voor Financiën voert een mondeling overleg met de minister en staatssecretaris over de voortgang van het box 3-stelsel. bron
13-10-2026Eerste Kamercommissie voor Financiën stemt voorlopig in met de route van het kabinet, als het spoedadvies van de Raad van State en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst beschikbaar zijn bij de behandeling van de novelle. De commissie wacht de behandeling in de Tweede Kamer af voordat ze definitief beslist. bron

Welke scenario's liggen er?

Plan of optie kabinetHet kabinet heeft inmiddels gekozen: in de brief van 29-09-2026 kondigt het een novelle aan. De 4 scenario's uit de brief van 14-09-2026 staan hieronder als achtergrond.

In de brief van 14-09-2026 beschrijft het kabinet 4 scenario's. Vertrekpunt is invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028. Het kabinet had toen nog geen keuze gemaakt en wilde eerst met de Eerste en Tweede Kamer in gesprek. Alle scenario's hebben volgens het kabinet grote budgettaire en uitvoeringstechnische gevolgen.

  • Scenario 1: Wet werkelijk rendement box 3 per 2028 met verbeteringen, zoals een carry-back (verlies terugwentelen), lagere belastingdruk via parameters en betere regels bij huwelijk of scheiding. Geen verdere stap naar een volledige vermogenswinstbelasting.
  • Scenario 2: Wet werkelijk rendement box 3 per 2028 als tussenstap, daarna met een nieuw wetsvoorstel naar een volledige vermogenswinstbelasting, bij een ambitieus traject per 2030.
  • Scenario 3: Wetsvoorstel intrekken. Het huidige stelsel met tegenbewijsregeling blijft langer gelden, in 2030 volgt een volledige vermogenswinstbelasting. Volgens het kabinet het scenario met de hoogste budgettaire derving.
  • Scenario 4: Per 2028 een vermogenswinstbelasting voor alle financiële instrumenten (aandelen, obligaties, opties), in 2030 voor de overige bezittingen.

Bron: brief van de minister en staatssecretaris van Financiën aan de Eerste Kamer, 14-09-2026.

Wat betekent dit voor jou?

Voor 2026 en, zolang er geen nieuwe wet is, ook voor 2027 geldt het huidige stelsel: box 3-belasting over een fictief rendement, met de mogelijkheid om een lager werkelijk rendement door te geven. Wat je dit jaar betaalt, reken je uit met onze box 3-calculator. Voor alles vanaf 2028 geldt: zolang het parlement niet heeft beslist, is het nieuwe stelsel niet zeker. De novelle moet volgens het kabinet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen.

We werken deze pagina bij zodra er een besluit is van het kabinet of het parlement.

Veelgestelde vragen

Komt er in 2028 een nieuw box 3-stelsel?

Dat is op 14-10-2026 niet zeker. De Wet werkelijk rendement box 3 is door de Tweede Kamer aangenomen, maar nog niet door de Eerste Kamer. Het kabinet heeft op 29-09-2026 een novelle aangekondigd: per 2028 een vermogenswinstbelasting voor financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties. De novelle moet volgens het kabinet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen.

Wat is het heffingsvrije vermogen in 2027?

Dat staat nog niet vast. In het wetsvoorstel Belastingplan 2027 en de Fiscale sleuteltabel 2027 staat 60.098 euro per persoon. In de brief van 29-09-2026 stelt het kabinet voor het heffingsvrije vermogen per 2027 terug te brengen naar het niveau van 2020: 30.846 euro per persoon. Het parlement moet hier nog over stemmen.

Kan ik in 2027 nog mijn werkelijke rendement doorgeven?

Volgens de Belastingdienst rekent hij met het fictieve rendement tot er nieuwe wetgeving voor box 3 is, tenzij je werkelijke rendement lager is en je dat doorgeeft. Zolang er geen nieuwe wet is, geldt de tegenbewijsregeling dus ook voor 2027.

Wat is het verschil tussen een vermogensaanwasbelasting en een vermogenswinstbelasting?

Bij een vermogensaanwasbelasting wordt de waardeontwikkeling elk jaar belast, ook als je niets verkoopt. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas belasting over een waardestijging als je de bezitting verkoopt (realisatie). Het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, is als hoofdregel een vermogensaanwasbelasting. Met de novelle die het kabinet op 29-09-2026 aankondigde, zou voor financiële instrumenten per 2028 een vermogenswinstbelasting gelden.

Wijzigingen op deze pagina

  • 14-10-2026: Adviesaanvraag bij de Raad van State (aanhangig sinds 03-10-2026) en het besluit van de Eerste Kamercommissie van 13-10-2026 toegevoegd aan de tijdlijn.
  • 06-10-2026: Kabinetsbrief van 29-09-2026 verwerkt: novelle, vermogenswinstbelasting per 2028 en voorstel voor het heffingsvrije vermogen in 2027.
  • 27-09-2026: Datum mondeling overleg Eerste Kamer toegevoegd: maandag 5 oktober 2026.
  • 24-09-2026: Eerste versie van deze pagina.

Bronnen (gecontroleerd op 6 oktober 2026):

Stand van zaken: 6 oktober 2026 - Redactie BrokerWereld. Wetgeving en plannen kunnen veranderen. Raadpleeg voor je persoonlijke situatie de Belastingdienst of een fiscaal adviseur.

Dit artikel is geen fiscaal of beleggingsadvies.

eToro · onze keuze

Naar de broker →

51% van de particuliere beleggers verliest geld bij het handelen in CFD's met deze provider.